OSTEOPATHIE

Wat is Osteopathie
Kinderen vragen speciale aandacht binnen zowel de geneeskunde als de osteopathie. Een kind is geen kleine volwassene. Er zijn vele aspecten in de behandeling van een kind anders dan bij een volwassene omdat kinderen volop in ontwikkeling zijn, zowel mentaal als fysiek. Elke ontwikkelingsfase vraagt een specifieke benadering, heeft zijn eigen kenmerken en kinderziekten. Een baby is anders dan een peuter en een peuter is weer anders dan een kleuter of een puber.

Als er een probleem in één van de facetten van de ontwikkeling optreedt heeft dit gevolgen voor de totale ontwikkeling van het kind. Elk kind vraagt dan ook zijn eigen unieke benadering. Tijdens een osteopatische behandeling wordt door het kind bepaald hoe het zich laat behandelen. Het is aan de osteopaat om op een creatieve wijze het kind te volgen en te behandelen. Kinderen ervaren de behandeling in het algemeen als aangenaam omdat er met zachte mobilisatie- en manipulatietechnieken wordt gewerkt. Sommige kinderen huilen tijdens de behandeling, terwijl anderen in slaap vallen. Dit komt, omdat door het ontspannen van de weefsels de prikkels naar de hersenen veranderen, waar het kind op reageert.

Osteopathie bij kinderen kan worden onderverdeeld in drie werkgebieden:

het pariëtale werkgebied
Rugklachten
Zowel bij volwassenen als bij kinderen komen veel rugklachten voor. Een kind wat klaagt over zijn/haar rug moet altijd serieus worden genomen, omdat de rug nog volop in ontwikkeling is. Hierdoor kunnen klachten gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van een kind. De rug wordt o.a. beïnvloed door de mobiliteit van de benen, het bekken en de organen, welke direct en indirect een grote invloed hebben op de rug. Ook de schedel heeft een invloed op de ontwikkeling van de rug en kan rugklachten veroorzaken. Een osteopaat zal het gehele lichaam onderzoeken om de oorzaak van de klachten op te sporen en daar te behandelen waar het nodig is. Als de oorzaak weg is, kan het lichaam het evenwicht weer terug vinden en zullen de klachten verdwijnen.

Niet kunnen kruipen (bekkenproblemen)
Het kind kan niet kruipen (beweegt zich meestal billenschuivend voort). Dit komt vaak omdat de beweegelijkheid in het bekken onvoldoende is zodat de knie niet onder de heup kan komen. Dit probleem kan verdere motorische ontwikkeling sterk in de weg staan en kan een achterstand op bijvoorbeeld wiskunde (algebra) doen veroorzaken.

Knieklachten
De knieën van een kind worden veel belast. Door blessures aan de voet, enkel, heup, bek-ken of rug kan een standsverandering optreden die leidt tot een verdraaiing van de knie. Een verharding van het scheenbeen of kuitbeen, ontstaan door bijvoorbeeld een trauma, leidt tot het verlies van een stuk schokdemping waardoor de knie extra wordt belast. Daarnaast kan door bewegingsverlies in de onderbuik een druk op de bloedvaten ontstaan, waardoor de weefsels minder doorbloed worden en daardoor kwetsbaarder zijn. De behandeling bij knieklachten kan bijvoorbeeld bestaan uit: het mobiliseren van de rug, het bekken, de voet, het onderbeen en/of de organen in de buik. Dit om de doorbloeding of om de stand van de rug en de knie te verbeteren.

Als er in het lichaam blokkades zitten, bijvoorbeeld in de schedel, de rug of de organen, komen er veel extra prikkels bij wat kan leiden tot ADHD, ADD of gedragsproblemen.
het craniale werkgebied
Tijdens de zwangerschap of bij de geboorte kan er een bewegingsverlies ontstaan in de schedel of kunnen er blokkades ontstaan in de nek of de rug. Dit zie je ook bij baby's met een voorkeursligging of een vervorming van de schedel. Door de blokkades kan een baby onrustig worden. De baby zit niet lekker in zijn vel en zal daardoor veel huilen. Ook kan het darmstelsel over- of onderprikkeld raken, doordat een zenuw, die o.a. de darmen aanstuurt, geïrriteerd kan raken door een blokkade in de schedelbasis. Hierdoor ontstaan er darmkrampjes, winderigheid, obstipatie en reflux. Door lichte mobilisaties van de schedelbasis wordt de irritatie van de zenuw weggenomen en functioneert deze beter. Vanuit de schedelbasis loopt ook een zenuw naar het halsgebied. Deze zenuw is verantwoordelijk voor de coördinatie van het slikken, ook hier kunnen problemen ontstaan.
het viscerale werkgebied
Veel kinderen hebben buikklachten en/of moeilijkheden met de stoelgang. Het goed functioneren van de buikorganen is afhankelijk van een goede mobiliteit, een goede doorbloeding en een goede aansturing van de organen door het zenuwstelsel vanuit de rug en de schedel. Een osteopaat kan op al deze facetten ingrijpen, hierdoor kan de oorzaak van het probleem behandeld worden en zullen de klachten van het kind afnemen.

Deze driedeling is in theorie, in de praktijk zal de patiënt niet merken, met welk deel behandeld wordt: hij wordt in zijn totaliteit tegelijk in al de drie werkgebieden benaderd.

Dit geldt voor zowel de volwassene als het kind.

De behandeling wordt door de meeste verzekeringen vergoed.
Lid van de Nederlandse Vereniging Osteopathie

© 2000 RightSite